'Volgens Bartjens': 1 + 1 = 2

De opkomst van het rekenonderwijs

‘Volgens Bartjens’: 1 + 1 = 2 – De opkomst van het rekenonderwijs

De uitdrukking 
‘Volgens Bartjens’ wordt nog steeds wel gebruikt om aan te geven dat een zin of berekening kloppend of logisch is.

Cijfferinghe (1604), ontwikkeld door de Amsterdamse onderwijzer Willem Bartjens, was een doorslaand succes. Hoewel er andere rekenmethoden bestonden, zou Cijfferinghe twee eeuwen lang toonaangevend blijven in het Nederlandse onderwijs.

Het succes van Cijfferinghe

De Republiek stond tijdens de Gouden Eeuw vooraan als het ging om handel voeren. Er was veel vraag naar mensen die konden rekenen en boekhouden. Steeds meer leerlingen volgden in die zeventiende eeuw rekenonderwijs. Doordat Bartjens al jaren in het bedrijvige Amsterdam als onderwijzer werkte, wist hij precies wat handig was te weten: het omrekenen van munteenheden bijvoorbeeld en verschillende metrieke stelsels. Hij was zich bewust van de rekenopgaven waar zijn leerlingen moeite mee hadden, en besteedde daar extra aandacht aan in Cijfferinghe. Het rekenboek was helemaal gericht op de praktijk met veel oefenopgaven én antwoorden, zodat de onderwijzer ze snel kon nakijken.

Franse school

Bartjens schreef zijn Cijfferinghe onder meer om reclame te maken voor zijn Franse school. Hij gaf er les in rekenen, boekhouden, Nederlands, Frans, lezen, schrijven en goede manieren. Dit schooltype werd in Bartjens tijd steeds populairder ten opzichte van de reguliere stadsscholen. Op stadsscholen leerden de oudere jongens vooral Latijn als voorbereiding op de universiteit. De burgerij vond het echter belangrijker dat de kinderen moderne talen en het rekenen beheersten, beide van belang voor de internationale handel. Allerlei ‘bijscholen’ gingen aan die vraag voldoen, waaronder de Franse school.

Broodwinning

Bartjens had een gezin met acht kinderen te onderhouden. Met Cijfferinghe probeerde hij ook gewoon wat extra geld te verdienen. Hij liep echter flink wat inkomsten mis door de kopieën die stiekem werden verspreid. Anderen wilden ook een graantje meepikken van het succes van het rekenboek van Willem Bartjens.

In 1633 bracht Bartjens Vernieuwde Cijfferinghe uit, later volgde er nog een deel. Hij gaf zijn zoon het alleenrecht de boeken te drukken en uit te geven. Helaas hielp dat niet tegen de roofdrukken die verschenen van het boek.


Opgave

Uit ‘Cijfferinghe’ van Bartjens:
Hoeveel gulden is 1440 blancken waard?
1 blanck = ¾ stuiver
1 worp = 4 blancken

Antwoord:
1 worp = 3 stuivers
1440 blancken = 360 worpen
360 worpen = 1080 stuivers
1080 stuivers = 54 gulden

 




Dure lessen

Op Franse scholen werd vaak per vak betaald. Leren lezen kostte zo’n vier stuivers per maand. Je kind leren rekenen was een dure grap: dat kostte ouders al snel het dubbele of driedubbele. Alleen leerlingen afkomstig uit de gegoede burgerij, leerden dus rekenen.