Van ondervoeding tot overgewicht

De komst van de schoolarts

Vanaf 1904 deed de schoolarts zijn intrede. Voor het eerst werden alle kinderen medisch onderzocht, en niet alleen de zieke. Opsporing, preventie en voorlichting waren het doel, voor behandeling verwees de schoolarts door. Het welzijn van het schoolkind kwam zo onder voortdurende controle te staan.

Warm welkom

Gezondheidskolonie

Een vrouw vertelt over haar verblijf in 1930 als tienjarige in de Joodsche Zee en Boschkolonie:

"De schoolarts had gezegd dat ik uitgezonden moest worden. (…) We gingen met z’n drieën. Mijn twee zusjes gingen ook mee. We waren te licht. (…) Iedere dag stonden we in de rij voor een lepel levertraan. Je gelooft het niet, maar ik moest mijn zusje vasthouden en er waren nog meer juffen bij om haar vast te houden. Maar die mond kregen ze niet open. (…) Je moest heel keurig eten, met mes en vork. Het werd voorgedaan. En alles moest volgens de regels. (…) Manieren kreeg je eigenlijk automatisch. Er werd wel op je gelet, in de goede zin. Ze letten erop dat je rechtop liep, ook bij het wandelen. (…) Ik ben in Jozeboko drie kilo aangekomen. Toen ik weer thuis kwam heb ik heel hard gehuild. Daar in Wijk aan Zee was alles heel groot., Je was altijd buiten. Thuis was het zo benauwd, zo klein."

De eerste schoolartsen waren meer dan welkom op de scholen. Onderwijzers en schoolhoofden hadden vaak niet de juiste middelen om de kinderen te helpen met hun problemen. Als kinderen niet mee konden komen, was het vaak maar de vraag wat daarvan de oorzaak was. Ondervoeding, psychische problemen, of was de leerling misschien slechthorend?

Behandeling

De schoolartsen konden hier vaak uitkomst bieden. Ze namen testen af waarmee ze diagnoses konden stellen met betrekking tot een psychische achterstand of gedragsproblemen. Ze onderzochten regelmatig lengte, gewicht en motoriek van de leerlingen. Ook de oren en ogen werden gecheckt.

Bovendien controleerden ze op symptomen van besmettelijke ziekten. Vooral tuberculose was voor de Tweede Wereldoorlog een groot probleem. De artsen konden zwakke stadskinderen doorsturen naar gezondheidskolonieën aan de kust of in het bos voor wat frisse lucht. Kinderen met longaandoeningen werden naar sanatoria of naar openluchtscholen gestuurd.

Uitbreiding zorg

De gezondheidszorg in en rondom de school werd steeds professioneler met de komst van de schooltandarts en schoolverpleegsters. Vanaf de jaren veertig kwam er ook meer aandacht voor de geestelijke gesteldheid van de kinderen. Schoolpsychologen en maatschappelijk werkers kwamen het team versterken.

Door de verbetering van de medische wetenschap en de leefomstandigheden, nam de gezondheid van de kinderen toe. De schoolartsen gingen zich vooral toeleggen op de preventie van ziekten en het welzijn van de leerlingen. Met het Rijksvaccinatieprogramma werd een grote stap in de goede richting gezet. De controleonderzoeken van de schoolarts worden nog altijd goed bezocht. Maar waar in de jaren dertig met de verstrekking van schoolmelk werd gestart om ondervoede kinderen te helpen, is tegenwoordig overgewicht onder kinderen een steeds groter wordend probleem.


Reizend badhuis

Tot de jaren ’30 waren badkamers een uitzondering in Nederlandse huizen. Een enquête uit 1907 weest uit dat de hygiëne in Nederlandse huizen een stuk beter kon. Een oplossing werd gevonden in het reizende badhuis dat verschillende scholen aandeed. Op die manier konden leerlingen na een douche weer fris en fruitig in de schoolbankjes schuiven.

 

Commandobaden

Het douchen op school ging volgens  zogenaamde commandobaden. De kranen werden eerst een halve minuut open gezet om de kinderen nat te maken. Vervolgens kregen de leerlingen tijd om zich grondig in te zepen en te wassen. Daarna gingen de kranen nog anderhalve minuut zodat ze zich konden afspoelen. Het water begon warm met 32,5 graden celcius maar koelde langzaam af naar 15 graden. Het douchen moest tenslotte niet al te aangenaam worden!