Theo Thijssen en de emancipatie van de schoolmeester

Onderwijzen als beroep

Op de kweekschool, voor de klas, in publicaties, in de vakvereniging en de politiek streed ‘rooie schoolmeester’ Theo Thijssen (1879-1943) onvermoeibaar voor de verbetering van het onderwijs en de positie van de onderwijzer(es). Het beroep van leraar emancipeerde zich.

Het beroep onderwijzer

Film en beeldroman

De werken van Theo Thijssen inspireren nog steeds. In 2003 werd Kees de Jongen verfilmd.

In 2012 verscheen een beeldroman over Kees de Jongen. Het verhaal van Theo Thijssen in een nieuw en modern jasje, geschreven door Dick Matena. Matena gebruikte de integrale tekst en verbeelde het verhaal daarna in eigentijdse strips.

Tot eind achttiende eeuw was er geen speciale opleiding voor onderwijzers. Daardoor bestonden er grote verschillen in de kwaliteit van het onderwijs. Onderwijzers kregen bovendien weinig betaald en veel meesters hadden zelfs bijbaantjes nodig om rond te kunnen komen. De status van het beroep was laag.

Rond 1800 kwam het besef op dat de kwaliteit van het onderwijs en de onderwijzers verbeterd moest worden. Er kwamen weekscholen om onderwijzers op te leiden. Alle onderwijzers moesten examen doen voordat ze voor de klas mochten staan. Onderwijsgezelschappen probeerden de docenten bij te scholen: schoolopzieners gaven voorbeeldlessen en er werd gepraat over vakinhoud en onderwijsmethoden. Het beroep werd bovendien beter betaald.

De onderwijzer centraal

Dat alles zorgde ervoor dat de status van de onderwijzer steeg en het vak aantrekkelijker werd. Toen er rond 1900 een grote vraag naar onderwijzers was, kwamen de onderwijzers uit steeds meer verschillende milieus. Behalve uit de typische onderwijzersfamilies, kleine burgerij en middenstand, nu ook uit de middenklassen. Bovendien kregen slimme arbeiderskinderen nu ook een kans op te klimmen. Zoals Theo Thijssen, die afkomstig was uit een arm gezin uit de Amsterdamse Jordaan. Dankzij een rijksbeurs mocht hij naar de kweekschool.

Theo Thijssen was zeer betrokken bij de emancipatie van de onderwijzer. Hij was medeoprichter van het gezaghebbende tijdschrift De Nieuwe School, waarin hij zijn ideeën verspreidde. Thijssen vond dat de onderwijzers centraal moesten staan in het onderwijs, niet schoolleiders of pedagogen. Anders dan onderwijsvernieuwers Jan Ligthart en Maria Montessori was hij groot voorstander van het klassikaal onderwijs, en van het gezag van de leraar.

Belangenbehartiging

Theo Thijssen stopte in 1921 met lesgeven en trad toe tot het hoofdbestuur van de Bond van Nederlandse Onderwijzers (BNO), de eerste vakorganisatie voor onderwijzers. Daarnaast streed Thijssen als lid van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij als politicus voor de emancipatie van de onderwijzer. Hij werd lid van de Tweede Kamer en de Amsterdamse Gemeenteraad. Naast zijn politieke werk bleef hij ook schrijven over het onderwijs. Zijn romans Kees de Jongen en De gelukkige klas zijn nog altijd veelgelezen.

Fragment uit Kees de jongen"Wat was hij al niet tegengewerkt, toen hij op de avondschool zou komen. Toen had de meester gezegd: jullie brengen morgenavond mee: een veer, een doosje pastel, en een stuk vlakelastiek: bijna al de jongens mochten het kopen van hun vader. Het kostte samen dertig cent, als je ’t goed wou hebben. Maar zijn vader begon te mopperen. Dat daar ’t school voor zorgen moest. Dat waren leermiddelen, daar betaalde hij z’n goeie schoolveld voor. Doe jij de komplimenten aan die meester , zei hij, en dat het mijn zaak niet is. Op ’t laatst zal ik nog schriften en pennen ook moeten betalen. (…)

En natuurlijk, langzamerhand was het in orde gekomen. Met ruilen en wedden en knikkeren en op honderd manieren had – ie z’n tekendoos weten te voorzien van allerlei extra spul."



Fragment uit De gelukkige klas

Eén moet er natuurlijk in ’t klassenschrift werken. ‘Wie is aan de beurt?’ Er was niemand aan de beurt blijkbaar. (…)Even later was de hele klas niet meer aan ’t werk en stond ik met zekere verbazing te luisteren naar een verward geheel van protesten tegen dat wandelende schrift. ’t Was niet eerlijk- je kreeg veel te weinig af; jij de sommen met pen en inkt en anderen lekker op de lei… t Heftigste van allen was Hilletje: ‘Als ’t mijn beurt is, doe ‘k het niet, ‘k haal net zo lief een nul!’