Schoolgebouw en omgeving

Al eeuwenlang speelt het schoolgebouw een belangrijke rol in het leven van scholieren en docenten. Op deze plek vindt immers de overdracht van kennis en vaardigheden plaats.

Scholieren brengen een aanzienlijk deel van hun tijd door in het schoolgebouw en de nabije omgeving door (het schoolplein, de gymzaal het stads- of dorpsdeel waar de school gevestigd is). Vaak weten volwassenen zich jaren later nog te herinneren hoe hun klaslokaal eruit zag, waar de toiletten waren en wat je zag als je uit het raam staarde.

Voor de twaalfde eeuw vond onderwijs plaats in zogenaamde kloosterscholen. Op deze plek, vaak het binnenhof van het klooster, werden uit alle windstreken  afkomstige jongens opgeleid voor een kerkelijke functie. Toen er ook opgeleid werd voor niet-kerkelijke functies, zoals klerk en administrateur,  veranderde de locatie van de school: om het gewijde kloosterleven binnen de muren niet te hinderen, werd de school buiten de muur verplaatst.  

Vanaf de 14e eeuw ontstonden naast kloosterscholen ook parochiescholen. Daarnaast richtten stadsbesturen en particulieren scholen op, zoals de Latijnse school. Omdat deze scholen dichter bij huis lagen, was het voor jonge kinderen mogelijk om onderwijs te volgen. In de zeventiende en de achttiende eeuw waren veel dorps- en stadsschooltjes gevestigd in het huis van de meester, een schuur of een ander gebouw. Goede verlichting, verwarming en  deugdelijk schoolmeubilair ontbraken vaak op veel van deze scholen.

In de Onderwijswet van 1806 werd het klassikale onderwijssysteem ingevoerd en werden aan de gebouwen eisen gesteld.  De regel werd dat kinderen van dezelfde leeftijd gezamenlijk les zouden krijgen van één juf of meester . Klaslokalen waren doorgaans 4 meter hoog, hadden gasverlichting, en werden verwarmd met een kolenkachel. De zogenaamde bovenlichten van de hoge klaslokaalramen konden wordeon opengezet, zodat er frisse lucht naar binnen stroomde. Omdat de leerlingen niet afgeleid mochten worden door wat er zich buiten het lokaal afspeelde, waren de vensterbanken hoog geplaatst. De ramen bevonden zich links van de leerlingen: kinderen schreven met hun rechterhand en zodoende viel er voldoende licht op de schoolbank.

In de loop van de twintigste eeuw vonden er diverse vernieuwingen en verbeteringen plaats in het schoolgebouw. Gasverlichting werd vervangen door elektrische verlichting en de kolenkachel maakte plaats voor centrale verwarming. De houten vloer  werd vervangen door hygiënisch verantwoord linoleum. Vanaf de jaren zestig werden er de zogenaamde ‘licht-lucht scholen’ gebouwd, met grote ramen die opengezet kunnen worden en waardoor leerlingen naar buiten kunnen kijken.  Veel van deze nieuwe scholen beschikken over een centrale hal voor gezamenlijke programma’s, een handenarbeidlokaal en een gymnastiekzaal.

Gebouw en onderwijssysteem zijn nauw met elkaar verbonden, het is alleen niet zo dat door de politiek ingegeven veranderingen direct zichtbaar zijn, daar gaat enige tijd overheen.  Bijvoorbeeld in 1985, het jaar waarin de lagere school en de kleuterschool werden samengevoegd. In plaats van een aparte kleuterschool en zes klassen in een lagere school, zijn er vanaf dat jaar scholen met acht klassen nodig. En doordat de laatste jaren steeds meer scholen zogenaamde ‘brede scholen’ zijn geworden – met veel buitenschoolse functies – en in veel kinderdagverblijven ook een buitenschoolse opvang is gevestigd, vergt dit bouwkundige aanpassingen. Ook in het middelbaar onderwijs met de invoering van de basisvorming en het studiehuis, moeten de scholen meer ingericht zijn op zelfstandig werken en dienen zij te worden aangepast aan het nieuwe informatietijdperk.

Uitgelicht

Wetsontwerp van Ooijen Schaapman; overblijfmogelijkheden

Advies van de Onderwijsraad van 26 april 1983: Wetsontwerp van Ooijen Schaapman; overblijfmogelijkheden.

Decentralisatie huisvestingsvoorzieningen

Advies van de Onderwijsraad van 20 februari 1995: Decentralisatie huisvestingsvoorzieningen.

Leerwerklandschappen

Advies van de Onderwijsraad van 4 september 2007: Leerwerklandschappen. Inspiratie voor leren en werken in een wervende omgeving.

Het onderwijs in Nederland; Verslag over het jaar 1948

Inspectie van het Onderwijs: Verslag van de bouwkundig hoofdinspecteur

Verslag nopens den staat der hooge-, middelbare en lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden over 1816-1840

Inspectie van het Onderwijs: Overzicht van de verdeling van het aantal scholen over de provinciën in 1824.

Verslag van den staat der hooge-, middelbare en lagere scholen in het Koningrijk der Nederlanden over 1883-1884

Nieuwe regels ten aanzien van de bouw van scholen en de inrichting van schoollokalen.
close