'Het volle leven'

De vernieuwende ideeën van de reformpedagogiek

‘De beste school is die waar de bovenmeester niets doet, de meester weinig en het kind bijna alles,’ stelde Jan Ligthart (1859-1916). De ‘hartepedagoog’ was een van de belangrijkste representanten van de reformpedagogiek: een internationale beweging die uitging van de aangeboren leergierigheid van het kind, en daar het onderwijs op aan wilde passen.

Jan Ligthart

Ot en Sien

Samen met Hindericus Scheepstra schreef Jan Ligthart kinderboekjes met simpele en herkenbare verhaaltjes. Vooral Ot en Sien was mateloos populair.

'Wat denkt poes?
Ot wil dat poes een aap zal zijn.
En bindt haar daarom aan een touw.
Maar Sien zegt:
“Ot, je doet haar pijn, die lieve poes, laat dat nou.”
Ot laat het niet en wat denkt poes?
“Ot is een plaag, Sien is een snoes.”'

Jan Ligthart is één van de bekendste Nederlandse onderwijshervormers. Hij pleitte voor onderwijs waarin kinderen ‘het volle leven’ leerden kennen. Om de Haagse school waarvan hij hoofd was, lagen schooltuintjes en leerlingen gingen in slootjes op ontdekkingstocht. In het onderwijs moest de leergierigheid van het kind centraal staan, de onderwijzer begeleidde de leerling alleen in het leerproces. Ligthart introduceerde ook de schoolvergadering in onderwijsland. Juffen en meesters mochten meedenken over de school en de leerlingen. Bovendien wilde hij de ouders meer bij het onderwijs van hun kinderen betrekken.

Jacob van Rees en Kees Boeke

Ligthart was niet de enige met vernieuwende ideeën over onderwijs. Jacob van Rees stichtte in 1903 de eerste Humanitaire School in Laren. Hij hechtte belang aan samenwerking, zelfontplooiing en zelfstandigheid. Kees Boeke, die samen met zijn vrouw in 1926 de Werkplaats Kindergemeenschap startte, was het op verschillende vlakken eens met Van Rees. Boeke hechtte vooral aan idealen als verdraagzaamheid en gelijkwaardigheid. Vandaar dat de leerlingen de titel ‘werkers’ kregen en de docenten ‘medewerkers’ werden genoemd.

Traditionele vernieuwingsscholen

Maria Montessori vond het belangrijk dat alle zintuigen werden gebruikt in het leerproces. Zij ontwikkelde daarvoor speciaal materiaal dat nog steeds wordt gebruikt op montessorischolen. De eerste montessorischool ging in Nederland in 1917 van start.

Elf jaar later volgde de eerste daltonschool. Dit onderwijs bouwde voort op de didactiek van Helen Parkhurst. Ze gaf kinderen taken en maakte ze zo medeverantwoordelijk voor hun leerproces en planning. Na de Tweede Wereldoorlog werd de door Rudolf Steiner ontwikkelde Vrije School erg populair.  Hij benadrukte de eenheid tussen hoofd, hart en handen. Er was veel aandacht voor kunstzinnig en ambachtelijk onderwijs.

In dezelfde periode verscheen ook het jenaplanonderwijs in Nederland, ontwikkeld door Peter Petersen. Zowel samenwerking als zelfstandig werken werden belangrijk gevonden op de jenaplanscholen. Daarbij werden verschillende werkvormen gebruikt en werden de ouders betrokken bij het onderwijs.

De vernieuwingsbewegingen lieten ook hun sporen na in het reguliere onderwijs. Het klassikale onderwijs bleef belangrijk, maar nieuwe werkvormen, vakken en leermiddelen deden hun intrede op de Nederlandse scholen.


Jan Ligthart en de koningin

De school van Ligthart kreeg bezoek van Koningin Wilhelmina en Prinses Juliana: "Jullie weten dat Jan Ligthart onlangs bij de koningin is geweest. Ik heb dat verteld. En zij knikten allemaal, “ja meester”. “Nou, zal ik jullie eens precies vertellen, hoe dat gegaan is. Jullie weten wel, het Koninklijk Paleis staat aan het Noordeinde. (…)Toen gaf de koningin mij zo maar een hand en ik kreeg ook een hand van  Prinses Juliana. Nou, en jullie begrijpen wel, kinderen, toen was ik helemaal niet meer bang en helemaal niet meer bleu. (…) En toen heeft de koningin heel vriendelijk met mij gepraat en toen het gesprek uit was, gaf de koningin mij weer een hand. En toen ik weg ging zei ik tot de koningin, Majesteit, nu moest u ook eens een bezoek brengen aan mijn school. En wat denken jullie nu, dat gesprek uit was, gaf de koningin mij weer een hand. En toen ik weg ging zei ik tot de koningin, Majesteit, nu moest u ook eens een bezoek brengen aan mijn school. En wat denken jullie nu, dat de koningin deed? Kijk, daar staat nu de koningin, kinderen.”


Kees Boeke

Ook de dochters van Juliana en Bernhard gingen naar school bij een Reformpedagoog. De prinsesjes werden ‘werkers’ bij kindergemeenschap De Werkplaats van Kees Boeke. De school kreeg een stortvloed aan nieuwe leerlingen toen bekend werd dat de prinsesjes onderwijs gingen volgen bij Kees Boeke. In 1951 werden de prinsesjes van school gehaald, ze zouden te weinig leren op de school van Kees Boeke.