Halfhartig onderwijs

Het onderwijs in de voormalige Nederlandse koloniën

Koos de koloniale overheid in Suriname in de negentiende en begin twintigste eeuw voor onderwijs gericht op assimilatie, in Nederlands-Indië was men een stuk terughoudender. Hoewel de gebieden inmiddels onafhankelijk zijn, zijn de sporen van dat beleid nog altijd te traceren.

Suriname

Inheemse elite

Vanaf 1903 werd het voor de Indische elite mogelijk om onderwijs te volgen samen met de Nederlandse gemeenschap op de Europeesche Lagere School. Iets later kwam er een zelfstandige Nederlandstalige opleiding op de Hollandsch-Inlandsche School. In  het vervolgonderwijs, de MULO en de AMS, en de universiteiten werd er geen onderscheid gemaakt tussen Indiërs en Nederlanders.

 

De slaven die op de Surinaamse plantages werkten, kregen nauwelijks tot geen onderwijs. De plantagehouders wilden niet dat de slaven zich ontwikkelden. Toen echter de slavernij in 1863 werd afgeschaft, leek scholing juist dé oplossing om voor betrouwbare en welwillende plantage-arbeiders te zorgen. De voormalige slaven trokken echter massaal weg. In een poging om in ieder geval invloed op hun kinderen te krijgen, werd in 1877 de leerplicht ingevoerd. De overheid hoopte de Creoolse kinderen daarmee te assimileren in de koloniale samenleving. Op de scholen werd Nederlands de eerste taal.

Nederlands- Indië

In Nederlands-Indië werd het onderwijs lange tijd vooral verzorgd door zending en missie. Vanaf 1900 kreeg de overheid meer oog voor de belangen van de autochtone bevolking en ging een ‘ethische politiek’ voeren. Onderwijs kon een eerste stap zijn naar zelfbestuur.

Alle Indische kinderen naar school laten gaan was wel een kostbare zaak. Vandaar dat werd gekozen voor het desa-onderwijs. De desa, het dorp of de dorpsstreek,  werd (financieel) verantwoordelijk gemaakt voor het primitieve onderwijs in lezen schrijven en rekenen. Al deze lessen werden gegeven in de lokale taal, het Maleis of Javaans. Daarnaast was er aandacht voor les in eenvoudige ambachten.

Onafhankelijkheid

De ethische politiek bleek niet erg succesvol en veel hoogopgeleide Indonesiërs waren ontevreden met hun positie. Er ontstonden onafhankelijkheidsbewegingen en ook op het gebied van onderwijs kwamen steeds meer eigen initiatieven van de grond.

In 1945 riep Soekarno ten slotte de onafhankelijkheid uit. Ook in Suriname begon men zich te verzetten tegen Nederland als kolonisator en in 1975 maakte het land zich los. Nog steeds is het verschil in de onderwijspolitiek in Suriname en Nederlands-Indië duidelijk te zien. In Suriname is Nederlands de officiële taal, terwijl die in Indonesië volledig is verdwenen.


Schoolplaten

Voor het tijdperk  van televisie, films en foto’s werden schoolplaten veelvuldig gebruikt in het onderwijs, met name in de aardrijkskunde- en geschiedenisles. Om leerlingen in Nederland meer te leren over het leven in de koloniën werden regelmatig schoolplaten met taferelen uit Nederlands-Indië en Suriname gebruikt op scholen.

Vaak was het benadrukken van vaderlandsliefde en trots op het bezit van de koloniën het voornaamste doel.

 

 De Koloniale school voor meisjes en vrouwen

Vanaf de invoering van de ‘ethische politiek’ in 1900 trokken er steeds meer Nederlandse ambtenaren en ondernemers naar Nederlands-Indië. Zij werden steeds vaker vergezeld door hun vrouwen. Het onderwijs op de Koloniale school in Den Haag moest het leven in de kolonie voorbereiden. Daar kregen ze les in vakken als tropische hygiëne, Maleische taal, Hollands en Indonesisch koken en Indonesische volkenkunde.