De parochieschool

Het begin van het Nederlandse onderwijs

In de loop van de middeleeuwen kwam er steeds meer behoefte aan onderwijs. Vooral door de komst van de parochieschool rond 1200 nam de scholing in de Lage Landen een hoge vlucht.

Karel de Grote

“Et ut scolae legentium puerorum fiant…”

Karel de Grote vaardigde in 789 na Chr. een wet uit waarin stond dat alle Frankische jongens moesten kunnen lezen, schrijven, zingen en bidden. Karel de Grote kon zelf nauwelijks zijn naam schrijven. Wel hield hij zich bezig met sterrenkunde, sprak hij verschillende talen en kon goed rekenen.

 

Al in de achtste eeuw pleitte de Frankische vorst Karel de Grote voor de ontwikkeling van het onderwijs in zijn grote rijk. Niet alleen om jongens te leren lezen, schrijven en rekenen. Hij vond het ook belangrijk dat de bevolking werd gechristianiseerd. Het Frankische Rijk was enorm groot en Karel de Grote dacht dat het christendom voor meer samenhang zou zorgen.

Het kwam Karel de Grote dan ook goed uit dat er steeds meer kloosterscholen ontstonden in Nederland. Missionarissen uit Engeland, waaronder Willibrord en Bonifatius, kwamen naar Nederland om mensen tot het christelijk geloof te bekeren. Op hun reis door het land stichtten ze verschillende kloosterscholen waar jongens onderwezen werden.

Onderwijs in de lage landen

Karel de Grote had grote plannen met het onderwijs, maar pas rond 1200 kreeg het onderwijs in de Lage Landen echt een rol van betekenis. Elke parochie diende in die tijd een meester aan te stellen die voor basaal onderwijs moest zorgen. Meestal was dat de koster. Hij leerde de jongens naast wat lezen en schrijven, de pastoor vooral bij te staan bij (het zingen van) de mis.

Stadsscholen

Rond de vijftiende eeuw namen de steden steeds vaker de parochiescholen over of stichtten eigen scholen. Door de opbloeiende handel en nijverheid begon men steeds meer het nut van onderwijs in te zien. Naast jongens begonnen ook steeds meer meisjes onderwijs te volgen. De leerlingen kwamen vooral uit de stedelijke burgerij. Kinderen die tot een lagere klasse behoorden of op het platteland woonden, gingen in deze tijd nauwelijks naar school.


Bijbeltekst

Schoolkinderen werden in de Middeleeuwen hard aangepakt. Als ze zich niet aan de regels hielden werd er streng gestraft. Regelmatig werden de volgende regels uit de Bijbel aangehaald:

“Tuchtroede en terechtwijzing geven wijsheid,
Maar een kind, dat aan zijnen eigen wil wordt overgelaten,
doet zijn moeder schande aan.”

(Spreuken 29:15)


Leren lezen

Op de parochiescholen kregen leerlingen les in het Latijn.

Leren lezen was een lang en moeilijk traject. Het valt niet mee om te leren lezen in een taal die je helemaal niet kent! De stadscholen die later gesticht werden, verzorgden vaak onderwijs in het Nederduits, de taal waar de kinderen al bekend mee waren.