De invloed van Kohnstamm

Onderwijs als wetenschap

Over onderwijs en opvoeding wordt al eeuwenlang gediscussieerd. Maar pas in de twintigste eeuw werden pedagogiek en onderwijskunde wetenschappelijke disciplines. Eén van de meest invloedrijke figuren was de hoogleraar pedagogiek Philip Kohnstamm.

Breed geïnteresseerd

Philip Kohnstamm

Kohnstamm was niet alleen breed ontwikkeld, maar ook breed geïnteresseerd. Naast zijn wetenschappelijke carrière was hij actief in de politiek. Zijn politieke kleur was in eerste instantie liberaal, later werd hij lid van de Partij van de Arbeid

Ook het geloof speelde een belangrijke rol in zijn leven. Hij had een liberaal-joodse opvoeding genoten, maar bekeerde zich in 1917 tot het christendom.

Kohnstamm (1875-1951) studeerde filosofie en natuurkunde, maar ontwikkelde zich ook op het gebied van politiek en levensbeschouwing. Daarnaast begon hij steeds meer aandacht te krijgen voor het belang van opvoeding en onderwijs. Volgens Kohnstamm moesten kinderen opgevoed worden tot vrije en gewetensvolle burgers.

Het geloof was hierbij erg belangrijk voor hem. Opvoeding en onderwijs moesten daarom ook altijd een levensbeschouwelijke achtergrond hebben. Kohnstamm werd in 1919 benoemd tot bijzonder hoogleraar pedagogiek, een leerstoel ingesteld door de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen. Ook werd hij directeur van het Nutsseminarium Pedagogiek.

Persoonlijkheid

Kohnstamm stelde in de opvoeding de vorming van de persoonlijkheid van het kind centraal, en zette zijn ideeën uiteen in zijn bekende boek Persoonlijkheid in wording. Het ging om het ontwikkelen van een evenwichtig geheel van verstand en gevoel. Kohnstamm pleitte voor lossere klassenverbanden, waarbij de lesstof op de individuele leerling werd afgestemd. Kinderen moesten zelf kunnen kiezen wat voor vakken ze wilden volgen.

Vooral na de Tweede Wereldoorlog kregen de ideeën van Kohnstamm in Nederland steeds meer impact. Hij adviseerde verschillende ministers van Onderwijs over de onderwijswetgeving van kleuter- tot hoger onderwijs.

Pedagogiek op de kaart

Een andere belangrijke man binnen de pedagogiek was Jan Gunning (1859-1951). Hij werd de eerste hoogleraar pedagogiek die betaald werd door de overheid. De waarde van Gunning ligt vooral in de publicaties over pedagogiek en opvoeding en de bijdrage die hij leverden aan de vele besturen, raden en commissies waar hij aanschoof om zijn kennis te delen. Samen met Kohnstamm was hij onder andere lid van de Onderwijsraad vanaf de oprichting in 1919.

Martinus Langeveld (1905-1985) was een leerling van Kohnstamm en werd zowel in eigen land als internationaal geroemd om zijn pedagogische inzichten. In zijn Beknopte theoretische pedagogiek dat hij schreef in 1945, pleitte hij voor de fenomenologische methode waarbij kinderen intuïtief moesten worden begrepen. In tegenstelling tot Kohnstamm vond hij dat de pedagogiek zich niet moest verbinden aan een levensbeschouwing of religie. Het wetenschappelijke gebied van de pedagogiek zou na het hoogleraarschap van Langeveld uiteenvallen in verschillende disciplines, zoals onderwijskunde, sociale pedagogiek en orthopedagogiek.


Onderwijskunde

Leon van Gelder (1913-1981) was onderwijzer en schoolpsycholoog en werd in 1964 de eerste hoogleraar in de onderwijskunde.

Onderwijs op een systematische manier bestuderen zou een wetenschappelijke basis bieden voor een stevig onderwijsbeleid en bijdragen aan een planmatige ontwikkeling van de samenleving, was het idee.



Duitse denken

Richtte de pedagogiek zich in eerste instantie op theoretisch denken, vanaf de jaren 1960 staat empirisch onderzoek centraal door experimenten, observaties en tests.