Burgerschap en onderwijs

De school is de plek waar jonge mensen kennis en vaardigheden opdoen. Het is tevens de plek waar ze andere mensen ontmoeten en in aanraking komen met andere culturen en religies. De school is de aangewezen plek voor het leren van zaken als wederzijds begrip, respect, het ontwikkelen van een eigen mening, een actieve houding, sociale verantwoordelijkheid en conflicthantering. Sinds 1 februari 2006 zijn scholen in het primair en voortgezet onderwijs wettelijk verplicht aandacht te besteden aan actief burgerschap en sociale integratie. 

Historisch besef speelt een rol in zowel actief burgerschap als in sociale cohesie. Om de samenleving en elkaar te begrijpen, is het belangrijk kennis te nemen van wat er in het verleden is gebeurd en welk verleden we met elkaar delen. Om deze reden is de historische canon van Nederland ontwikkeld. Deze canon bestaat uit 50 thema’s die de geschiedenis van Nederland vertellen.

 

Actief burgerschap en sociale cohesie zijn actuele onderwerpen, maar ook in het verleden waren dit belangrijke thema’s binnen de opvoeding en het onderwijs. Zo formuleerde bijvoorbeeld de Rotterdamse humanist Desiderius Erasmus (1469-1536) gedragsregels zoals het niet uitdagen van anderen, tafelmanieren, kledingvoorschriften, en beschaafd gedrag (geen winden laten en niet spugen). Daarnaast stelde hij dat tolerantie tegenover anderen en respect voor de medemens vanzelfsprekendheden waren in de dagelijkse omgang met elkaar. 

Ook in de zeventiende en de achttiende eeuw was er aandacht voor goede zeden en gewoonten. Leerlingen lazen veel moraliserende spreuken en versjes, of moesten deze naschrijven. Een bekend voorbeeld van zo’n versje is ‘Jantje zag eens pruimen hangen’ van Hieronymus van Alphen (1746-1803). In die periode kwam er ook meer aandacht voor onderwijs aan arme kinderen. Door investering in het onderwijs aan de volksklasse hoopte men te voorkomen dat kinderen voor galg en rad zouden opgroeien en de maatschappij geld zouden gaan kosten.

Dominee J. Nieuwenhuyzen (1724-1806), die zich het zedelijk verval van grote delen van de lagere volksklassen aantrok, zette zich in voor de verbetering van het volksonderwijs dat volgens hem de basis was voor goed burgerschap en een ideale maatschappij. In 1784 richtte hij de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen op. Aan het einde van de achttiende eeuw deed het Nut veel voorstellen tot onderwijsverbetering, zoals het oprichten van nationale scholen, bestemd voor alle kinderen, het opleiden en aanstellen van bekwame en geschikte onderwijzers, klassikaal onderwijs en het instellen van een centraal en decentraal schooltoezicht. Veel van deze voorstellen werden overgenomen in onderwijswetten aan het begin van de negentiende eeuw. En deze onderwijswetten waren weer de blauwdruk voor het huidige onderwijs. Burgerschap kent een lange traditie, die via onderwijs en opvoeding wordt overgedragen.

Uitgelicht

Samen leren leven

Advies van de Onderwijsraad van 20 december 2002: Samen leren leven. Verkenning onderwijs, burgerschap en gemeenschap.

Onderwijs en burgerschap

Advies van de Onderwijsraad van 25 september 2003: Onderwijs en Burgerschap.

Wetsontwerp vernieuwing onderbouw VO

Advies van de Onderwijsraad van 11 juli 2005: Wetsontwerp vernieuwing onderbouw VO.

De brave Hendrik: een leesboekje voor jonge kinderen

Leesboek uit 1870, collectie Nationaal Onderwijsmuseum: De brave Hendrik: een leesboekje voor jonge kinderen

Het onderwijs in Nederland; Verslag over het jaar 1948.

Inspectie van het Onderwijs: Over nationale gedenkdagen en eerbetoon aan de vlag.
close