Bestuur en organisatie

In de zeventiende eeuw werden scholen vaak bestuurd door de kerk, die een daarvoor geschikt persoon aanstelde als onderwijzer. De functie van onderwijzer werd vaak gecombineerd met de functie van koster of organist. Op deze ‘geschiktheid’ viel dikwijls wat af te dingen. Na de invoering van de schoolwetgeving aan het begin van de negentiende eeuw verliep dit meer gestructureerd.  

Aan het begin van de negentiende eeuw werd onderwijs een staataangelegenheid en werd het losgekoppeld van de kerk. In 1801 stelde de Bataafsche Republiek het rijksschooltoezicht in. Sindsdien hebben tal van veranderingen, verbeteringen en schaalvergrotingen plaatsgevonden op het terrein van bestuur en organisatie. In onze tijd zijn scholen uitgegroeid tot volwaardige professionele instituten. Zij bundelen hun krachten in sectororganisaties, organisaties van school- of instellingsbesturen Deze organisaties zijn er voor alle onderwijssectoren van primair onderwijs tot hoger onderwijs.

Men spreekt van ‘good governance’, een term uit de bedrijfskunde die ook voor ondernemingen gebruikt wordt, als men het heeft over het besturen van scholen. Daarmee duidt men aan hoe een school goed, efficiënt en verantwoord geleid moet worden. Het omvat daarnaast ook de relatie met de belangrijkste stakeholders (belanghebbenden) van de school zoals de ouders en leerlingen, afnemend werkveld en vaak ook de werknemers (vooral de leerkrachten). Voor een deel vindt dit plaats via medezeggenschapsraden, waarin de ouders van de leerlingen en de leerkrachten meepraten, dat wil zeggen medezeggenschap hebben, over de inhoud en de uitvoering van het onderwijs. In het voortgezet onderwijs, het mbo en het hoger onderwijs maken ook leerlingen en studenten hier deel van uit. De besturing van scholen laat verschillende lagen zien. De leerkrachten geven les aan de leerlingen. Het schoolhoofd, de directeur of de rector sturen de leerkrachten aan. Zelf moeten zij op hun beurt verantwoording afleggen aan hun bestuur maar ook aan de overheid. De overheid heeft voor toezicht op de scholen gezorgd, door in 1801 de Inspectie van het Onderwijs in te stellen. Deze bewaakt de kwaliteit van het onderwijs op individuele scholen in het onderwijs. Scholen moeten zich verantwoorden over hun onderwijs, niet alleen over de prestaties van de leerlingen, maar ook over hoe de school werkt aan burgerschap en sociale veiligheid. De inspectie controleert of scholen zich houden aan wet- en regelgeving en of een school de bedrijfsvoering in orde heeft, bijvoorbeeld of ze het geld krijgen waar ze recht op hebben en of zij dit volgens de regels uitgeven.

Uitgelicht

Bestuurlijke vernieuwing

Advies van de Onderwijsraad van 11 oktober 1993: Bestuurlijke vernieuwing.

Degelijk onderwijsbestuur

Advies van de Onderwijsraad van 6 december 2004: Degelijk onderwijsbestuur.

Onderwijsspecifieke medezeggenschap

Advies van de Onderwijsraad van 11 januari 2006: Onderwijsspecifieke medezeggenschap.

Doortastend onderwijstoezicht

Advies van de Onderwijsraad van 1 februari 2006: Doortastend onderwijstoezicht. Aanbevelingen voor toekomstig toezicht op het onderwijs.
close